Hoe beantwoord je ADR examenvragen?

Hoe eenvoudig een meerkeuze vraag soms op het eerste gezicht ook lijkt, veel cursisten blijken er toch veel moeite mee te hebben. Iedereen begrijpt wel dat goed lezen belangrijk is, maar hoe doe je dit? Meerkeuze vragen lijken er soms voor gemaakt te zijn om je op een dwaalspoor te brengen. Houd je daarom aan de volgende regels:

De vraag

1. Lezen: lees de vraag goed
2. Begrijpen: begrijp je wat er gevraagd wordt?
3. Nadenken: bedenk -zonder naar de antwoorden te kijken- wat een antwoord op de vraag kan zijn

 
Het antwoord

1. Lezen: Lees de 3 antwoorden goed door
2. Begrijpen: Beoordeel welk van de 3 antwoorden het beste bij jouw antwoord past
3. Evalueren: Belangrijk: begrijp ook waarom de andere 2 antwoorden fout zijn
4. Selecteren Kies het “beste” antwoord

Hieronder een voorbeeld van een ‘instink’ vraag die enige tijd op het examen is gebruikt. Hierbij wordt direct na het lezen vaak al een antwoord gegeven. Begrijpen en evalueren wordt overgeslagen.

Welke inlichtingen moet een chauffeur verstrekken bij een controle door een toezichthoudende ambtenaar?
   a) Alle informatie
   b) Alle gegevens van het vervoerdocument
   c) Alle gegevens over het vervoer

  • Antwoord a) is het meest voor de hand liggende antwoord en dat wordt ook meestal gekozen.
  • Antwoord b) is wel goed, maar is te beperkt. Behalve het vervoerdocument mag er bijvoorbeeld ook naar de gevarenkaart, de lading en de voertuiguitrusting worden gevraagd. Dit antwoord is niet compleet.
  • Antwoord c) is het beste antwoord want het geeft preciezer aan op welk gebied vragen gesteld mogen worden. Bij “alle” informatie zouden ook persoonlijke vragen over bijvoorbeeld je pincode beantwoord moeten worden.

Valkuilen

  • Vaak wordt de vraag te snel gelezen, zonder dat het doel van de vraag is begrepen
  • Als je al naar de antwoorden gaat kijken zonder de vraag goed te hebben begrepen, ga je de antwoorden met elkaar vergelijken zonder de bedoeling van de vraag te kennen
  • De antwoorden worden vaak beoordeeld op de formulering van de zinnen en op logica, maar eigenlijk bestaan er geen goede en foute antwoorden. Elk antwoord is goed als het maar bij de vraag past.
  • Antwoorden zijn niet altijd helemaal goed of helemaal fout. Kies het beste antwoord.
  • Kies niet voor het onbekende. Denk niet dat het antwoord dat je niet kent wel het beste zal zijn.
  • Kies niet direct voor het bekende. Een antwoord dat vaker voorkomt moet wel bij de vraag passen.
  • Let op ontkennende vraagstellingen. Wat hoort niet tot de bevoegdheden van...
  • Door veel tekst in de antwoorden kun je in de tekst blijven hangen en door de bomen het bos niet meer te zien. Probeer de essentie van de vraag eruit te halen.
  • Pas op voor ‘instinkers’.
  • Kies niet automatisch voor het meest veilige antwoord. Mag een bijtende stof naast levensmiddelen worden vervoerd? Ja, want dit geldt alleen voor giftige stoffen, maar vaak wordt gedacht dat het logischer en veiliger is om het niet te doen. Fout dus!
  • Ik heb al 3 keer antwoord B gegeven. Klopt dat wel? Niet op letten, de vragen worden door een computerprogramma gesorteerd.
  • Soms zitten in 1 antwoord 2 of 3 opsommingen. In elke opsomming zit ook altijd één of meer goede antwoorden, maar let op die ene fout.
  • Blijf niet te lang op moeilijke vragen staren. Bewaar de moeilijkste vragen voor het laatst. Je kunt de vragen markeren en later weer terughalen.